Het verbod om een kandidaat te vragen wat hij nu verdient, of wat hij eerder verdiende, geldt in de hele Europese Unie. De richtlijn schrijft dat voor als minimumnorm. Wat verschilt, is hoe elke lidstaat dit in nationale wetgeving heeft gezet: wie precies gebonden is aan het verbod, of het ook geldt voor een extern wervingsbureau dat namens u het gesprek voert, en hoe een toezichthouder ermee omgaat als het toch gebeurt.
Voor een bedrijf dat alleen in Nederland werft is dat een academische vraag. Voor een installatiebedrijf met een vestiging in Duitsland, een HR-manager die een functie in meerdere landen tegelijk uitzet, of een kantoororganisatie die met een pan-Europees wervingsbureau werkt, is het een praktische. De vacaturetekst kan overal hetzelfde zijn, het sollicitatiegesprek niet per se.
Wat de richtlijn wel en niet vastlegt
De richtlijn verbiedt werkgevers om sollicitanten te vragen naar hun huidige beloning of hun beloningsgeschiedenis, en verplicht dat de informatie die een werkgever al heeft over de beloning van een kandidaat niet wordt gebruikt om het aanbod te bepalen. Dat is de bodem waar alle lidstaten aan moeten voldoen. Een lidstaat mag verder gaan dan die bodem, bijvoorbeeld door het verbod ook uit te breiden naar de fase van een assessment, of door recruiters expliciet in de wettekst te noemen naast de werkgever zelf. Of en hoe een land dat doet, staat in de nationale omzettingswet, niet in de richtlijn.
Dat betekent dat de vraag "mag dit" in de ene lidstaat een net iets ander antwoord kan hebben dan in de andere, ook al is het uitgangspunt gelijk. Voor de exacte formulering in een specifiek land is de nationale wettekst of een lokale jurist de aangewezen bron, niet een algemene vergelijking.
Waarom het verschil per land ontstaat
Het verschil zit zelden in het principe en vaker in de randen ervan. Sommige lidstaten kenden al voor de richtlijn een vergelijkbaar verbod, bijvoorbeeld in een specifieke sector of via jurisprudentie, en hebben de nieuwe regel daarop laten aansluiten. Andere lidstaten introduceren het verbod voor het eerst en moeten nog kiezen hoe strak ze het formuleren: geldt het alleen voor de werkgever, of ook voor iedereen die namens de werkgever een gesprek voert. Ook de vraag wie toezicht houdt en hoe die toezichthouder een overtreding beoordeelt, is aan elke lidstaat zelf.
Daarnaast loopt het tempo van omzetting uiteen. Een land dat de deadline heeft gehaald, heeft de tekst al staan; een land dat nog bezig is, werkt soms nog met een wetsvoorstel dat kan wijzigen voordat het wordt aangenomen. Voor wie in meerdere landen tegelijk werft, betekent dat dat de regels voor de ene vestiging al vaststaan en voor de andere nog niet definitief zijn.
Wat dit betekent voor werving over de grens
Het praktische gevolg is niet dat u per land een ander wervingsbeleid nodig heeft. De meeste organisaties kiezen ervoor om intern de strengste norm aan te houden die binnen het bedrijf voorkomt, en die overal toe te passen. Dat voorkomt dat een recruiter per land moet onthouden welke vraag daar wel en niet mag. Het is wel iets om bewust te doen, niet als aanname.
Waar het vaker misgaat, is niet bij de directe vraag "wat verdient u nu", maar bij de indirecte variant: een vraag naar het gewenste salaris die feitelijk hetzelfde effect heeft, of een vraag die via een extern bureau wordt gesteld zonder dat de werkgever daar zicht op heeft. Bij werving over de grens is dat laatste een reëel aandachtspunt, omdat de opdrachtgever niet altijd het gesprek zelf voert.
Wat u vooraf kunt uitzoeken
Voor wie wil weten hoe de regels in een specifiek land zijn vastgelegd, is de nationale omzettingswet het uitgangspunt, aangevuld met de uitleg van de bevoegde toezichthouder in dat land. Een algemene vergelijking tussen landen is een startpunt om te zien waar de aandacht naartoe moet, geen vervanging daarvan.
In de kennisbank van Payria staat per onderwerp uitgezocht wat de richtlijn zelf regelt en wat aan de lidstaten is overgelaten, met de vindplaats in de officiële tekst erbij. Dat is een goed startpunt om te zien of iets al vaststaat of nog in beweging is. de kennisbank per onderwerp doorlopen geeft daar een eerste beeld van.
Wilt u snel weten of dit voor uw situatie speelt, bijvoorbeeld omdat u in meerdere EU-landen werft, dan geeft de gratis check een eerste richting. in een paar vragen zien waar u staat kost een paar minuten en vraagt geen account. Hoe die uitkomst tot stand komt, staat toegelicht op de pagina die laat zien waar de informatie vandaan komt: hoe Payria de informatie samenstelt.
Heeft u een vraag die niet direct in de kennisbank staat, dan is de kans groot dat die al eerder is gesteld. het overzicht met veelgestelde vragen behandelt onder meer hoe landspecifieke verschillen worden bijgehouden zodra er wetgeving verandert.
Dit artikel beschrijft hoe de richtlijn en de nationale omzetting zich tot elkaar verhouden, niet hoe dat voor uw eigen wervingspraktijk in een specifiek land uitpakt. Voor die inschatting is de nationale wettekst of een jurist ter plaatse de aangewezen weg.